‘Signaleren kun je leren’ – Het gevoel dat er iets niet klopt

‘Signaleren kun je leren’ – Het gevoel dat er iets niet klopt
Nieuws

‘Signaleren kun je leren’ – Het gevoel dat er iets niet klopt

WAGENINGEN – Iedereen maakt wel eens iets mee waarvan je denkt: klopt dit wel? Als buitenstaander ben je dan gauw geneigd je schouders op te halen: iedereen heeft recht op zijn eigen merkwaardigheden. Maar soms blijft het knagen. Moet je dan wat doen, als buitenstaander? En hoe dan?

Over die vragen ging de voorstelling ‘Signaleren kun je leren’ van Theater aan de Lijn, woensdag 9 oktober in de bblthk. Het Platform Wageningse Ouderen, het Vrijwilligerscentrum en het Startpunt organiseerden gedrieën de bijeenkomst. Alle drie krijgen ze op uiteenlopende manieren te maken met zulke niet-pluisgevoelens, bijvoorbeeld doordat hun vrijwilligers of medewerkers dingen meemaken achter de voordeur, of doordat ze vragen krijgen van bewoners, of gewoon doordat ze zich interesseren voor hun medemens.

Het is een ingewikkelde kwestie, niet-pluisgevoelens. Iedereen denkt eerst: laat ik me er maar niet mee bemoeien, het gaat me niks aan, iedereen heeft recht op privacy. Maar blijft dat zo bij vermoedens van mishandeling? Of als je iemand gaandeweg ziet verpauperen? Of als je je buurman al weken niet hebt gezien? De behoefte aan ideeën over wanneer en hoe je kunt en mag ingrijpen is groot: de tribune in de bblthk zat propvol.

Theater aan de Lijn speelde met drie acteurs korte scènes, waarna het publiek aan het werk kon: wat zou jij doen, wat zou jij zeggen, en wat zeg je daarna? Al meteen bij de eerste scène, vrijwilligster bezoekt kennelijk vereenzaamde mevrouw, ging het publiek enthousiast onderling in gesprek, waarbij onder meer de vraag opkwam: Ga je naar de huisarts als je eenzaam bent?

Ook bij de andere vijf scènes kwamen doordachte suggesties uit het publiek: een meneer die in het zwembad foto’s van kinderen maakt, een mevrouw die geen scrabble wil spelen en haar leesbril kwijt is, een verontrustend tegen haar zoon schreeuwende buurvrouw, een vergeetachtige moeder, een meneer die zijn post niet meer opent – min of meer uit het leven gegrepen voorvallen, effectief om denkprocessen en oplossingsrichtingen te stimuleren.

De acteurs benadrukten keer op keer hoe oplossingen allereerst voortkomen uit een respectvolle benadering en de bereidheid geen snelle conclusies te trekken. Ook op de Signalenkaart die aan het einde werd uitgedeeld (verkrijgbaar bij het Startpunt) ligt daar het accent: maak persoonlijk contact, gebruik ik-boodschappen, stel je oordeel uit, bespreek samen of er hulp nodig is.

Auteur: Jan Mars